- Column
- Gerelateerde boeken
Koken met Kellerhuis (71)
Tom Kellerhuis

Van de week rolde de aanbiedingscatalogus van uitgeverij Carrera in de bus met – jawel – twee grote, prachtige pagina’s tekst over mijn boek Het roer om dat begin november van dit jaar het licht gaat zien. Vlak daarvoor lanceren we Deo volente de website kokenmetkellerhuis.nl – let wel: dit is nog maar de werktitel – en als het aan mij ligt wordt dit een van de interessantste foodportals op het world wide web.
Het is vreemd, maar echt goede en mooie sites over eten zijn in het Hollandse taalgebied althans ver te zoeken. Natuurlijk hebben we hier foodtube en cheffen.nl, maar de eerste site bestaat voornamelijk uit (overigens wel heel leuke en goede) filmpjes, de tweede idem, ditmaal vooral voor vakbroeders. De meeste sites over eten stammen echter nog uit het oertijdperk, en staan vooral vol met eeuwenoude recepten, van grootmoeder tot klassiek, per land van herkomst of per ingrediënt, vaak door leken opgeschreven, en niet zelden wordt er in die recepten gebruik gemaakt van convenienceproducten, dat wil zeggen kant-en-klaar in de handel verkrijgbaar. Een zakje Knorr van dit, een beetje van mij en van Maggi, of de oosterse keuken van Conimex. Tja, hoewel heel Nederland deze producten in de keukenla heeft liggen, word ik er een beetje treurig van. En vooral ook van de zelfgemaakte foto’s die het homemade-receptje moeten illustreren, waardoor het geheel er waarlijk vaak onsmakelijker uitziet dan het waarschijnlijk is.
Er zijn ook wel goede Nederlandse receptensites (want dat zijn het in wezen) maar die zijn op één hand te tellen en zijn vaak weer spin-offs van de printversies van bijvoorbeeld culinaire schrijvers als Janneke Vreugdenhil (NRC Handelsblad) of Onno Kleyn (de Volkskrant).
Maar voor de echt gelikte sites moeten we het Hollandse restaurantwezen in duiken. Daar weten de heren en dames chef-kok maar al te goed hoe ze hun restaurant moeten promoten en dat een mooi opgemaakt bordje ook een professionele fotograaf verdient. Zo’n foodfotograaf is trouwens nog een specialisme op zich en een kostbare aangelegenheid. Zelfgemaakt ijs smelt bijvoorbeeld weg als sneeuw voor de zon, voordat de kieker kan schieten, maar een groter probleem is dat het er op een foto niet uit ziet. De foodfotograaf is meer een handige knutselaar; ijs dat er op de foto goed uitziet, is bijna altijd uit piepschuim gesneden. Hij werkt met stikstof en tal van andere artificiële middelen om u te laten denken dat dat prachtige bord boerenkool met worst echt rookt.
Het nadeel van die restaurantsites is weer dat er over het algemeen geen tijd is om er echt even aandacht aan te besteden, in inhoudelijke zin dan; als u mijn blogs enigszins gevolgd hebt, weet u hoe hard het werken is in de professionele keuken; zo’n site is dan ook snel een margeproduct, waar op het laatste moment nog even het nieuwe maandmenu op wordt gekwakt. Ze worden dan ook vaak alleen maar geraadpleegd om even het nummer van de zaak op te zoeken voor een leuke avond uit eten.
Dat is het probleem eigenlijk met zoveel sites (en niet alleen over culinaria): er wordt niks mee verdiend, of zeer weinig, en dat noopt de maker zich te wenden tot andere inkomstenbronnen. Dat heeft weer tot gevolg dat de ooit zo enthousiast in het leven geroepen site zich niet voldoende ververst en dat leidt weer tot steeds minder bezoekers. Een hippe kledingzaak met week in, week uit hetzelfde assortiment, kan na een paar maanden zijn deuren wel sluiten.
Onze eetcultuur is voortdurend in beweging en zo moet zo’n site ook zijn! Voilà, ik laat u hierbij in gezonde spanning afwachten!
Tom Kellerhuis
Het is vreemd, maar echt goede en mooie sites over eten zijn in het Hollandse taalgebied althans ver te zoeken. Natuurlijk hebben we hier foodtube en cheffen.nl, maar de eerste site bestaat voornamelijk uit (overigens wel heel leuke en goede) filmpjes, de tweede idem, ditmaal vooral voor vakbroeders. De meeste sites over eten stammen echter nog uit het oertijdperk, en staan vooral vol met eeuwenoude recepten, van grootmoeder tot klassiek, per land van herkomst of per ingrediënt, vaak door leken opgeschreven, en niet zelden wordt er in die recepten gebruik gemaakt van convenienceproducten, dat wil zeggen kant-en-klaar in de handel verkrijgbaar. Een zakje Knorr van dit, een beetje van mij en van Maggi, of de oosterse keuken van Conimex. Tja, hoewel heel Nederland deze producten in de keukenla heeft liggen, word ik er een beetje treurig van. En vooral ook van de zelfgemaakte foto’s die het homemade-receptje moeten illustreren, waardoor het geheel er waarlijk vaak onsmakelijker uitziet dan het waarschijnlijk is.
Er zijn ook wel goede Nederlandse receptensites (want dat zijn het in wezen) maar die zijn op één hand te tellen en zijn vaak weer spin-offs van de printversies van bijvoorbeeld culinaire schrijvers als Janneke Vreugdenhil (NRC Handelsblad) of Onno Kleyn (de Volkskrant).
Maar voor de echt gelikte sites moeten we het Hollandse restaurantwezen in duiken. Daar weten de heren en dames chef-kok maar al te goed hoe ze hun restaurant moeten promoten en dat een mooi opgemaakt bordje ook een professionele fotograaf verdient. Zo’n foodfotograaf is trouwens nog een specialisme op zich en een kostbare aangelegenheid. Zelfgemaakt ijs smelt bijvoorbeeld weg als sneeuw voor de zon, voordat de kieker kan schieten, maar een groter probleem is dat het er op een foto niet uit ziet. De foodfotograaf is meer een handige knutselaar; ijs dat er op de foto goed uitziet, is bijna altijd uit piepschuim gesneden. Hij werkt met stikstof en tal van andere artificiële middelen om u te laten denken dat dat prachtige bord boerenkool met worst echt rookt.
Het nadeel van die restaurantsites is weer dat er over het algemeen geen tijd is om er echt even aandacht aan te besteden, in inhoudelijke zin dan; als u mijn blogs enigszins gevolgd hebt, weet u hoe hard het werken is in de professionele keuken; zo’n site is dan ook snel een margeproduct, waar op het laatste moment nog even het nieuwe maandmenu op wordt gekwakt. Ze worden dan ook vaak alleen maar geraadpleegd om even het nummer van de zaak op te zoeken voor een leuke avond uit eten.
Dat is het probleem eigenlijk met zoveel sites (en niet alleen over culinaria): er wordt niks mee verdiend, of zeer weinig, en dat noopt de maker zich te wenden tot andere inkomstenbronnen. Dat heeft weer tot gevolg dat de ooit zo enthousiast in het leven geroepen site zich niet voldoende ververst en dat leidt weer tot steeds minder bezoekers. Een hippe kledingzaak met week in, week uit hetzelfde assortiment, kan na een paar maanden zijn deuren wel sluiten.
Onze eetcultuur is voortdurend in beweging en zo moet zo’n site ook zijn! Voilà, ik laat u hierbij in gezonde spanning afwachten!
Tom Kellerhuis
GEPLAATST: 13-07-2010
Koken met Kellerhuis (71)




