Blijf niet in de balansdag hangen

Blijf niet in de balansdag hangen


‘Op de gezonde toer’ is geen dieet, het is een levenswijze. Mijn levenswijze. Natuurlijk zijn er avonden waarop ik doorzak met vrienden en vriendinnen. Dat gebeurt, ik heb dat hartstikke nodig op zijn tijd. Ik schuif gewoon gezellig aan bij iemand zonder te weten wat het menu is. Ik eet fluitend toetjes zonder calorieën te tellen. Het zou toch belachelijk zijn als je jezelf dat niet zo nu en dan zou gunnen?

En het kán allemaal, dankzij de balansdagen. Het is een vreselijk woord, maar ik geloof er heilig in. Iets te veel gegeten voor je gevoel? Maak van de volgende dag een balansdag, waarop je minder eet en meer beweegt. De dag daarna doe je weer ‘normaal’. Een soort reset van je lichaam, compensatie, pas op de plaats, hoe je het ook wilt noemen. Het is wel de bedoeling (ik stá er zelfs op) dat je die dag daarna dus wel weer het gewone ritme oppakt en niet in die balansdag blijft hangen. Net zo goed als ik niet zou willen dat die losbollige dagen een gewoonte worden. In beide gevallen word je niet vrolijker. Ik probeer een beetje in het midden te blijven. Dan kun je het namelijk het langst volhouden en je krijgt exact het lichaam waar je je fijn bij voelt en wat goed bij jou past. Vertrouw daar maar op.

Bij balans hoort bewegen
Op een balansdag ga je extra bewegen. Heel goed voor je lijf en je hoofd wanneer je de dag ervoor iets ‘te hard’ bent gegaan. Van bewegen krijg je energie en zelfvertrouwen. Dus hijs jezelf in een leuk pakje, trek renschoenen aan en loop de deur uit. Van een halfuurtje rustig rennen knap ik al op.

Het blijft leuk
Op een balansdag kies ik voor licht verteerbaar voedsel. Geen zware maaltijden, geen snoep. Gewoon een beetje logisch nadenken over wat je eet. Sla de bakker over en duik niet het gangpad van de chips in, maar loop rechtstreeks naar de groente- en fruitafdeling. Je mag heus wel vis of vlees eten, zo streng ben ik nou ook weer niet. Een stukje kip of een gestoomd witvisje is namelijk hartstikke licht op de maag. Het moet wel leuk blijven. Dat is het motto.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.