CHICKEN ’N WAFFLES

CHICKEN ’N WAFFLES


Deze even onwaarschijnlijke als goddelijke combinatie dankt zijn enorme populariteit aan de New Yorkse jazzscene in de jaren dertig. Dat zit zo. Muzikanten wilden midden in de nacht na afloop van hun gigs vaak nog wat eten, maar waren te laat voor het diner en te vroeg voor het ontbijt. Daarom besloten verschillende restaurants in Harlem hun openingstijden te verruimen.

Een van die restaurants was Wells Supper Club, een zaak die bekendstond om zijn Southern Cooking. Speciaal voor de muzikanten werden de wafels voor het ontbijt al vanaf middernacht opgediend. En omdat er altijd wel wat gefrituurde kip over was van het diner, werd die erbij geserveerd. Een gulle hoeveelheid esdoornsiroop (maple syrup) maakte het gerecht af. Het werd een hit. Niet alleen alle grote jazzmusici schoven aan bij Wells, maar ook het uitgaanspubliek liep er na sluitingstijd van de jazzclubs de deur plat. Vanaf twee uur in de ochtend zat het er bomvol. Logisch dus dat andere zaken, waaronder Dickie Wells’ Jazz Nightclub, ook chicken and waffles gingen serveren. Restaurateur en Motown-liefhebber Herb Hudson zorgde voor de verdere verspreiding toen hij in de jaren zeventig vanuit Harlem naar Los Angeles verhuisde en daar Roscoe’s House of Chicken ’n Waffles opende (1512 North Gower Street, Hollywood).


Meer columns


Een lekker dik boek

Een lekker dik boek

Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.

Zot van soep

Zot van soep

Zot van eten en in het bijzonder zot van soep. Wat in mijn studententijd begon als een bezoekje aan een soepbar in Brussel, ontaardde in een droom om zelf zo’n zaakje te starten. De interesse in alles wat met voeding te maken heeft, was er al van kinds af aan. Met de paplepel ingegeven, of beter gezegd: met de soeplepel! Omdat ik ook graag een diploma op zak wilde hebben, begon ik – met in het achterhoofd (ooit) de start van een eigen soepzaak – een opleiding voedings- en dieetleer.