De ‘leef vandaag alsof het je laatste dag is’-spreuk

De ‘leef vandaag alsof het je laatste dag is’-spreuk


De ‘leef vandaag alsof het je laatste dag is’-spreuk kun je wekelijks in zwierige letters voorbij zien komen op Instagram of Facebook met op de achtergrond het beeld van een vrouw die juichend van een duintop af rent, vanaf een houten steiger in een spiegelglad meer springt of vanaf de rug gezien een zonsondergang staat te bekijken. Doorgaans met de hashtags #lovemylife, of #zinin erbij.

Terwijl, een mens zou juist niet moeten leven alsof zijn laatste uur geslagen heeft, maar alsof de eeuwigheid nog voor hem ligt. Alleen dan, zonder een spoor van gehaastheid of spoed, kun je een ervaring volledig absorberen – zorgeloos stil, geduldig en weids, zonder angst dat er ooit een einde aan komt.

Misschien bestaan er wel geen gelukkige of ongelukkige mensen met gelukkige of ongelukkige levens, denk ik wel eens. Misschien zijn er alleen mensen die elke glimp van geluk zodra het zich aandient bij de kladden grijpen, elke druppel eruit persen en voor altijd in het hart sluiten en mensen die er, hoe verleidelijk het ook voor hun neus ligt te kronkelen. Dat laatste type mens denkt vaak dat er ergens anders meer of beter geluk te halen valt en dat er haast geboden is om het allemaal te incasseren. In de aanhoudende begeerte raakt de bevrediging en dus de gelukzaligheid zoek.

Geluk, Meine Lieben, is voor de geduldigen en de bedachtzamen.

Persoonlijk zou ik mijn laatste dag niet willen vullen met het afwerken van een bucketlist, maar met wandelen door een park, arm in arm met een goede vriend, mijn kinderen spelend om me heen, keuvelend over niets en genietend van alles.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.