Duurzaam vlees, vis en gevogelte: herken het etiket!

Duurzaam vlees, vis en gevogelte: herken het etiket!


Vis en vlees - maar dan duurzaam
Duurzaam, ethisch verantwoord vlees en gevogelte bevatten grote hoeveelheden vitamine B12, D3, ijzer en zink, terwijl vette vis gezonde omega-3-vetzuren levert, die belangrijk zijn voor de gezondheid van je hersenen en de preventie van ziekten. Het is waanzinnig belangrijk dat je het beste vlees probeert te krijgen dat je kunt betalen; koop zo veel mogelijk lokaal en verzeker je ervan dat het dier in kwestie gewoon op een natuurlijke manier groot is geworden, goed is gevoed en een prettig leven heeft geleid. Steun als je dat kunt plaatselijke boeren en slagers – hun producten zijn meestal vele malen beter en lekkerder dan wat je in de supermarkt koopt en je levert meteen een bijdrage aan je eigen gemeenschap en kleine ondernemers. Hoewel dergelijk vlees, gevogelte en duurzame vis duurder zijn dan het gangbare spul uit de supermarkt, is de wetenschap dat het dier in kwestie diervriendelijk en gezond is opgegroeid dat echt wel waard. Eet liever een kleine portie verantwoord vlees of vis, of bijvoorbeeld minder vaak, dan regelmatig enorme porties massageproduceerd vlees. Je kunt de bioslager ook om goedkopere delen vragen en bijvoorbeeld botten gebruiken om bouillon van te trekken – zo bespaar je niet alleen geld, je gooit ook veel minder weg en je respecteert het dier door elk deel ervan te gebruiken. Van kop tot staart, zogezegd.

Wat zegt het etiket?
Ik weet dat het heel verwarrend kan zijn om te achterhalen wat je koopt, zeker waar het vlees, gevogelte en vis betreft. En – dit verrast je misschien – sommige termen zijn ook nog eens een tikje misleidend, dus lees voor je iets koopt goed de etiketten en zorg dat je geïnformeerd op pad gaat.

Grasgevoerd
Deze term wordt gebruikt voor dieren die volop de ruimte krijgen om te grazen, bijvoorbeeld in natuurgebieden en op natuurweiden, en die zoals de naam al zegt vooral gras eten – zoals ze in de natuur zouden doen. Koop vlees van grasgevoerde dieren als je rund- of lamsvlees wilt eten – de dieren zijn natuurlijker en diervriendelijker gehouden, en hun vlees bevat meer voedingsstoffen, met name omega-3’s. Het is dus gezonder dan vlees van graangevoerde dieren. Koop je varkensvlees, eieren of gevogelte, kies dan voor biologisch. Dieren die biologisch worden gehouden, mogen hun natuurlijke gedrag vertonen (bijvoorbeeld lekker in de modder wroeten) en mogen in hun eigen tempo groeien. Ook krijgen ze 95-100% biologisch voer en worden ze niet preventief volgestopt met antibiotica of hormonen. Je vindt biologisch  vlees, gevogelte en eieren bij grotere supermarkten, biologische slagers en boeren, en bij natuurvoedingszaken. Je kunt biologisch vlees herkennen aan de drie sterren van Beter Leven op de verpakking.

Scharrel
Het begrip scharrel is een beetje verwarrend. Veel mensen denken dat een scharrelkip lekker buiten loopt, maar dat is niet altijd het geval: scharrelkippen worden in stallen gehouden – in tegenstelling tot legbatterijkippen die in kooien leven – en hebben meer ruimte per dier. Ze zijn dus iets beter af, maar struinen echt niet de hele dag door een weide of op een erf. Vrije-uitloopkippen hebben wel meer bewegingsruimte. Je kunt de herkomst van eieren herkennen aan de codes die erop zijn gedrukt: 0 is biologisch (de kip is ook biologisch gevoerd en de snavel is niet gekapt), 1 is vrijeuitloop, 2 is scharrel en 3  is een kooi-ei.

Vis
Vette vissen zoals zalm, makreel, forel en sardien zijn vanwege hun omega-3-vetzuren een essentieel onderdeel van een gezond eetpatroon. Ik probeer zelf zo veel mogelijk duurzame vis te kopen; je kunt die herkennen aan het MSC-keurmerk bij wilde vis, of ASC bij kweekvis. Bij kweekvis, met name zalm, zijn in het verleden besmettingen met giftige stoffen aangetroffen en daarom ga ik altijd voor wilde vis. Het is overigens lastig om ‘goede’ vis bij een viswinkel of -kraam te herkennen; veel supermarkten hebben inmiddels een redelijk aanbod van vis met herkenbaar keurmerk.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.