Het allerlekkerste gerecht

Het allerlekkerste gerecht


Regelmatig krijg ik vragen over de Marokkaanse keuken. De vraag die mij het meeste wordt gesteld, is wat ik nou het allerlekkerste gerecht vind. Ik kan eerlijk zeggen dat alle gerechten uit de Marokkaanse keuken mij gelukkig maken en dat komt doordat ik ermee opgegroeid ben. Bijna alle gerechten hebben voor mij een speciale betekenis; een mooie herinnering die eraan verbonden is.

Als ik dan tóch gedwongen word om een gerecht te kiezen, vind ik bastilla met kip het állerlekkerst. De combinatie tussen hartig (kruiden en specerijen), fris (ingelegde sinaasappels of citroenen), zoet (noten, suiker en oranjebloesemwater), smeuïg (gevogeltemengsel) en krokant (noten en filodeeg) maakt dit gerecht tot een ware smaakbom.

Voor de ongetrainde tong lijkt dit een onsmakelijk gerecht. Heel vaak heb ik van mensen te horen gekregen dat het een onmogelijk combinatie is.
Net zo vaak kreeg ik na het proeven van dit heerlijke gerecht van diezelfde mensen complimenten.

Een waar koningsmaal. Heerlijk recept van mijn moeder, geperfectioneerd door mij.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.