Het perfecte roerei van Anthony Bourdain

Het perfecte roerei van Anthony Bourdain


Van Escoffier wordt gezegd dat hij zijn eieren voor roereieren altijd klutste met een vork waar hij stiekem een teentje knoflook op prikte. Ik doe dat niet. Ik geloof in eieren, zout, zwarte peper en de roomboter waar de eieren in gebakken worden. Geen melk of room – of scheutje water – maakt een perfect roerei beter. Maar ik gebruik wel een vork.

Een tijdje geleden las ik een foodie message board waar een of andere onuitstaanbare foodnerd commentaar gaf op een af levering van Jacques Pépins PBS-kookshow, waarin Jacques roereieren bakte in een pan met antiaanbaklaag en ze met een vork roerde. De geschokte scribent maakte zich grote zorgen dat de metalen vork de antiaanbaklaag van de pan zou beschadigen.

Weet je wat? Als Jacques Pépin vertelt dat hij zijn fucking eieren op die manier bakt, is de discussie gesloten. Begrepen? Mafketel! Ga jij maar weer lekker in discussie over de receptuur van de perfecte tulband.

Zo bak je een roerei: tik de eieren tegen een plat oppervlak, zoals een snijplank, giet de inhoud in een grote kom, controleer of er stukjes schaal in zitten en vis die er zo nodig uit. Kluts het ei licht met een vork en trek de dooiers en het eiwit door elkaar. Verhit roomboter in een pan, giet het ei erbij en roer met je vork. Niet klutsen: je moet de gestolde laagjes tijdens het bakken heel rustig over elkaar heen scheppen. Schuif het roerei wanneer het luchtig maar nog wel vochtig is, vlug op een bord en zet op tafel. Houd er rekening mee dat het ei op het bord nog een beetje doorgaart.


Meer columns


Een lekker dik boek

Een lekker dik boek

Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.Kookboeken, ik heb er wel een paar. Vol prachtige foto’s, heerlijke vertaalfouten en vlekkerige vodjes met mijn eigen recepten. Soms haal ik ze tevoorschijn, om na te kijken wat ook alweer de verhoudingen zijn voor een souff lé of gebakje. De handgekliederde papiertjes zijn lang niet altijd even leesbaar; eenmaal ontcijferd stop ik ze terug in het naslagwerk en probeer me te herinneren welke gulden middenweg ook alweer het best werkte.

Zot van soep

Zot van soep

Zot van eten en in het bijzonder zot van soep. Wat in mijn studententijd begon als een bezoekje aan een soepbar in Brussel, ontaardde in een droom om zelf zo’n zaakje te starten. De interesse in alles wat met voeding te maken heeft, was er al van kinds af aan. Met de paplepel ingegeven, of beter gezegd: met de soeplepel! Omdat ik ook graag een diploma op zak wilde hebben, begon ik – met in het achterhoofd (ooit) de start van een eigen soepzaak – een opleiding voedings- en dieetleer.