Niet te zuipen

Niet te zuipen


Een half dozijn flessen cider stonden er voor mij op het aanrecht. Zelfgemaakt, met sap van mijn eigen appels. Appels van bomen die ondanks hun gevorderde leeftijd, schandelijke verwaarlozing en schrale fundament van Veluws zand mij elke herfst weer een paar kratjes kroost gunnen. Kroost al even onooglijk als de bomen zelf: klein, pokdalig en wrang. 

Maar wat ze ongeschikt maakt als handappel, maakt ze juist ideaal voor cider. Je kunt namelijk best drinkbare cider maken van supermarktappels, maar het wordt toch niet zoals die heerlijke flessen die je dronk op de camping in Normandië. Dat komt omdat handappels weinig tannines bevatten, dat randje wrang wat een goede cider onderscheidt van appelsap met prik en alcohol. Mijn lelijke appels hebben dat wel. Sneue, onooglijke en oneetbare topciderappels. Maar toch: de flessen waren niet te zuipen. Het was de oogst van 2014.

Voordat de cider, na een aantal weken fermenteren en klaren, op fles ging had ik nog even geproefd en gemeten. De cider was een beetje flauw, meestal een teken van te weinig zuren. Een meting bevestigde dat, er moest zuur bij. Meer dan wat citroenzuur had ik niet in huis, maar zuur is zuur. Drie maanden later ontkurkte ik met een fijne plop de eerste fles. Helder en goudgeel, met fijne bubbeltjes. De geur was ook prima, appelig met een zweem van stal die cider zo aantrekkelijk maakt. Van zulke onooglijke appels naar zulke prachtige cider. Mijn borst zwol op, waarna bij de eerste slok mijn tanden braken. De cider was niet te drinken. Bekvertrekkende zuren deden mijn kaken kraken. Zuur is natuurlijk helemaal geen zuur. Dat had ik moeten weten.

Citroenzuur geeft bij dezelfde zuurgraad een heel andere zuurervaring dan bijvoorbeeld melkzuur of wijnsteenzuur. Een veel scherpere zuurervaring, zoals mijn slokdarm mij inmiddels ook duidelijk maakte. Wat nu? Tip no 1 van het zelf drank maken ‘als het nu niet lekker is, is het dat vast over een poosje wel’ bleek niet op te gaan. Ook na zes maanden was de cider nog altijd niet te zuipen. Er was nog maar één kans op redding: destilleren. Zo gingen alle resterende flessen in de destillatieketel, en na een dagje druppen proefde ik het resultaat: calvados. Verrukkelijke zelfge-maakte calvados. Twee kratjes appels, gereduceerd tot één klein jampotje drank. Maar wel zonder zuur.


Meer columns


5 februari Sint Agaat zaait salaat

5 februari Sint Agaat zaait salaat

Fransen lijken overal een spreekwoord voor te hebben; zolang het rijmt is het goed. Sainte Agathe, semmer tes salads. ‘Op Sint Aagaat, zaait u salaat.’ Oftewel, vandaag kan er sla gezaaid worden, ongeacht het weer. Bij sneeuw, schuif het opzij, als de grond stijf bevroren is, zaai je in een bakje dat je op een beschut plekje of onder glas zet. Het is waar dat het vaak goed gaat en je al heel vroeg in het voorjaar sla kunt oogsten, maar dat ligt wel heel erg aan het humeur van de weergoden. Meer dan eens was de sla die vroeg in het voorjaar gezaaid werd tegelijk klaar met die van Agaat, maar ach, het blijft een leuk experiment. Uiteraard wel met een slasoort die bestand is tegen een beetje kou.

Van haver tot gort

Van haver tot gort

Haver wordt vaak geassocieerd met Schotland, maar komt oorspronkelijk uit Zuidwest-Azië. Vroeger werd haver voor medicinale doeleinden gebruikt. Met de komst van haver naar landen in Noord-Europa, zoals Schotland, kwamen mensen erachter dat deze grassoort eigenlijk het beste gedijt in een matig, vrij nat klimaat en veel zomerlicht.