Stress overleven

Stress overleven


Een van de beste manieren om stress tegen te gaan, is goed slapen. Hoewel het misschien een beter idee lijkt om de hele nacht op te blijven om voor een tentamen te leren in plaats van acht uur te slapen – geloof me, dat is het niet.

Allerlei onderzoeken hebben aangetoond dat ons brein veel, veel beter werkt als het niet tegen slaapgebrek op hoeft te boksen. In pakweg de laatste vijftig jaar is het gemiddeld aantal uren nachtrust dat we krijgen teruggelopen van achtenhalf
per nacht naar nauwelijks zeven. Over een heel jaar gerekend is dat het equivalent van een hele maand slaap!

Maar de kwaliteit van je nachtrust is zeker zo belangrijk als de kwantiteit, en er zijn een paar dingen die je kunt doen om die te verbeteren. Ik weet dat het saai klinkt, maar als je minimaal een halfuur voor je naar bed gaat uit de buurt blijft van elektronica, dan help je daarmee echt je biologische ritme. Het is bovendien heel makkelijk om dit een keer te proberen als je moeite hebt met (in)slapen. Lees liever een boek of luister naar rustige muziek om je lichaam en je geest te helpen ontspannen na een drukke dag. Kruidenthee kan daarbij helpen: ik drink heel graag kamille, citroenmelisse of munt, maar je kunt ook een speciale ‘slaap’-mix nemen.

Een andere belangrijke factor in de omgang met stress, is lichaamsbeweging. Streef ernaar elke dag minimaal een halfuur te bewegen. Dat betekent niet dat je jezelf tot iets moet dwingen wat je haat – het kan van alles zijn, van een stevige wandeling tot gewichtheffen, van een paar kilometer hardlopen tot dansen, zolang je maar actief bent en ervan buiten adem raakt. Iedereen is anders en het heeft geen enkele zin jezelf met anderen te vergelijken, want je bent immers een individu.

Richt je dus op jezelf en doe dat waarbij jij je prettig voelt.


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.