Kanelbullar, kleine kaneelbroodjes

Kanelbullar, kleine kaneelbroodjes

De eerste keer dat ik in Zweden was heb ik niet veel meer gegeten dan échte vers gemaakte kanel- en kardemummabullar. Als een magneet werd ik steeds de koffie- en lunchtentjes ingetrokken door de geur van deze heerlijke broodjes. En het is zo gezellig om ze zelf te maken. Omdat ik ze graag vaak en veel eet, kies ik voor een gezondere variant met meergranenmeel en palmsuiker; dat maakt ze net iets gezonder en ik hou een kleiner maatje aan. 

Benodigdheden


oven
bakplaat
deegrol
kwastje


Ingrediënten


75 g zachte boter
45 g (palm)suiker
½ tl zout
2 tl kardemom, zaadjes gemalen
160 ml melk
30 g verse gist
380 g meergranenmeel
tarwebloem, om te bestuiven
1 ei, losgeklopt

Voor de vulling
100 g zachte boter
45 g (palm)suiker
1 el kaneelpoeder


Bereidingswijze


1) Meng boter, palmsuiker, zout en kardemom in een grote kom tot een glad mengsel.

2) Verwarm de melk in een steelpannetje tot ongeveer 37 °C (je moet je vinger er gemakkelijk in kunnen houden). Haal het pannetje, zodra de melk de juiste temperatuur heeft, van het vuur en voeg de gist toe. Roer tot de gist is opgelost. Voeg dan toe aan het
botermengsel en roer glad.

3) Voeg beetje bij beetje het meel toe en kneed tot een glad en elastisch deeg. Voeg zo nodig meer meel of water toe. Het deeg moet soepel aanvoelen, maar mag niet aan je handen blijven plakken. Het kneden is heel belangrijk. Dit duurt minimaal 8 minuten met de hand.

4) Het kneden kan ook in de keukenmachine, maar kneed het dan nog wel 2 minuten met de hand en controleer of het deeg elastisch en soepel is. Bedek de kom met een schone, vochtige theedoek en laat het deeg 60 minuten rusten en rijzen op een warme plek, maar
absoluut niet op de verwarming!

5) Bestrooi je aanrechtblad met een beetje bloem. Rol van het deeg een rechthoek van 30 x 40 centimeter. Besmeer met de boter voor de vulling en bestrooi met de palmsuiker en de kaneelpoeder. Pak twee punten van de korte kant van het deeg en vouw naar binnen
tot ongeveer driekwart van het deeg. Vouw dan de andere korte kant eroverheen. Alsof je een brief in drieën dichtvouwt. Nu heb je verschillende lagen deeg met kaneelpoeder over elkaar. Rol een beetje vlak met de deegrol.

6) Leg de plak deeg met de lange kant voor je. Snijd dunne repen van ongeveer 1,5 centimeter van het deeg. Pak een stripje deeg in je hand en draai twee keer om twee vingers van je andere hand. Sla kruislings over het deeg en stop in zodat er een knotje ontstaat dat vastzit of zoals je een bolletje wol oprolt. Vind je dit teveel gedoe? Rol er dan slakkenhuizen van als een bolus.

7) Bedek de deegknotjes wederom met een theedoek en laat nog 30 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor tot 230 °C.

8) Bestrijk de deegknotjes met het ei en bak 10-12 minuten (afhankelijk van de grootte van je deegknotjes). Laat afkoelen op een taartrooster.