Kasteeltjes

Kasteeltjes

Wat te eten op Prinsjesdag? Deze kasteeltjes natuurlijk!

'Kasteeltjes lijken de laatste jaren uit de vitrines van de banketbakker te verdwijnen. Onterecht! Dit klassieke en verfijnde gebakje is te lekker om vergeten te worden', aldus Rutger van den Broek in de Bakbijbel


Ingrediënten


Voor het biscuit

  • 3 eieren
  • 90 gr suiker
  • 1/2 citroen, rasp
  • 1/4 tl zout
  • 90 gr bloem

Voor de vulling

  • 1 recept trempeersiroop met kirsch of marasquin (zie blz. 111)
  • 3/4 recept botercrème op basis van banketbakkersroom (zie blz. 96)
  • 125 gr frambozenjam (zie blz. 101)

Verder nodig

  • boter, om in te vetten
  • 450 gr marsepein, roze gekleurd
  • poedersuiker, om te bestuiven
  • 12 verse frambozen, kersen of chocolaatjes, ter decoratie

Bereidingswijze


Verwarm de oven voor op 210 °C. Vet een diepe bakplaat van 25x35 centimeter in met boter en bekleed de bodem met bakpapier. Doe de eieren, suiker, citroenrasp en het zout in een hittebestendige kom en klop deze au bain-marie op, tot een temperatuur van ongeveer 37 °C. Als je met je vingers voelt en het niet meer koud aanvoelt, dan is het mengsel goed. Haal de kom van de bain-marie en klop verder tot het mengsel afgekoeld is. Zeef de bloem boven de eimassa en spatel dit erdoorheen (zie how-to blz. 52). Verdeel het beslag over de bakplaat en bak het biscuit in 8-12 minuten goudbruin en gaar. Haal met behulp van het bakpapier het biscuit van de plaat en laat het afkoelen op een rooster.

Snijd het afgekoelde biscuit in drie stukken van circa 25x10 centimeter. Leg één plak op een (snij)plank en bestrijk deze met de trempeersiroop. Verdeel de frambozenjam hier overheen en bedek alles met een volgende plak biscuit. Trempeer ook deze plak met de siroop en strijk er een laag botercrème op (gebruik niet alles, want je hebt straks ook nog nodig). Dek deze af met de laatste plak biscuit, bestrijk met trempeersiroop en strijk hier een dunne laag botercrème op. Laat dit geheel minimaal 45 minuten opstijven in de koelkast, zodat de botercrème goed stevig wordt.

Snijd de opgesteven basis in 10 vierkantjes van 5x5 centimeter; gebruik om dit nauwkeurig te doen een liniaal. Bestrijk de zijkanten van de kasteeltjes met een dun laagje botercrème en zet deze tot gebruik in de koelkast.

Rol het marsepein op een met poedersuiker bestoven werkblad uit tot een lap van ongeveer 2-3 millimeter dikte. Meet met een liniaal de hoogte van de kasteeltjes en tel daar 3 centimeter bij op. Snijd uit het marsepein repen van 20 centimeter lengte en de breedte die je net berekend hebt. Wikkel de marsepeinrepen om de kasteeltjes, bestrijk de uiteinden met een beetje water om deze goed te laten plakken. Vouw aan de bovenkant het marsepein naar binnen zodat het kenmerkende uiterlijk van een kasteeltje ontstaat. Doe de overgebleven botercrème in een spuitzak met een kartelvormig spuitmondje en decoreer de kasteeltjes met een toefje botercrème (zie how-to blz. 81). Plaats hier een vruchtje of een chocolaatje op en bestuif het kasteeltje licht met poedersuiker.