5 BBQ-tips

5 BBQ-tips


1. Vlammen zijn geen vrienden

Barbecueën en vlammen zijn geen vrienden, dus houd daar rekening mee. Maak je vuur niet te groot. Vlammen krijg je vooral door het druipvet van vlees, van olie en van suiker. Als daar wat van in de barbecue valt, dan krijg je vlammen en gaat de boel verbranden. Gebruik dus met deze producten altijd een platesetter (een stalen
of keramieken plaat tussen het vuur en je rooster).

2. Maak niet te veel verschillende gerechten op de barbecue

Verschillende gerechten hebben niet alleen verschillende smaken, maar ook vaak verschillende garingen. Dat wil je niet bij elkaar op de barbecue hebben liggen, want het ene gerecht heeft vijf minuten nodig en het andere gerecht anderhalf uur. Je moet echt een professionele barbecueër zijn als je al die gerechten goed op tafel wilt kunnen brengen, en dan nog. Kies iets met een snelle bereiding om mee te beginnen en tover daarna iets wat lang gegaard heeft uit je oven of warmhoudbox dat je alleen nog maar hoeft te snijden/verdelen.

3. De barbecue niet te veel open- en dichtdoen

Bij een barbecue met een deksel, en ik ga er even vanuit dat je die hebt, is het absoluut de bedoeling dat je het apparaat zo lang mogelijk dichthoudt. Hoe vaker je de barbecue opent, hoe warmer die wordt.

4. Meten is weten

Investeer in een goede, digitale kerntemperatuurmeter, echt, ik gebruik hem elke
dag. Kost misschien 25 euro. Vlees wordt niet lekkerder als het te lang is gegaard. Hetzelfde geldt voor juist een minimale garing. In het ergste geval kun je ziek worden van vlees – kip of varken – dat de juiste temperatuur niet haalt.

5. Haal het vlees van de barbecue, maar ga niet direct snijden

Dit is zeker een tip qua rund- en lamsvlees: haal het vlees van de barbecue en ga het niet meteen snijden. Laat het 10 minuten rusten onder een of twee velletjes aluminiumfolie. Je zult zien dat er daarna bij het aansnijden veel minder vocht uit stroomt. Dat vocht blijft zo langer in het vlees en dat blijft daarom dus sappiger.

 


Meer nieuws



Een kleine geschiedenis van een huisgemaakt restaurant

Een kleine geschiedenis van een huisgemaakt restaurant

Er was eens een Amsterdammertje – een kleine Piep – dat graag buiten speelde met bloemetjes, bijtjes, bomen en planten. Binnen stond ze het liefst in de keuken achter pannen heksenbrouwsels of zat ze boekjes in elkaar te knutselen. Groter groeide ze wel, echt veranderen deed ze niet, ze werd kok en wroette nog altijd graag in de aarde.

Koken was nog nooit zo leuk

Koken was nog nooit zo leuk

‘Daar stonden we dan, mijn zus en ik. Met 32 graden in de bloedhitte van Frankrijk op onze blote voeten mayomenaise te stampen. In van die grote, eikenhouten vaten en op de echte, traditionele manier. Heerlijk, dat vrije gevoel van oranje eierendooiers die als warme vla tussen je tenen door glibberen. Nog steeds krijg ik complimenten over mijn gladde voetjes. Zodra de lente zijn eerste zonnestralen laat zien, trek ik glunderend mijn sandalen aan. Dit is waar mijn liefde voor echt en authentiek eten is begonnen.