De kokende man is ten diepste een slager

De kokende man is ten diepste een slager


Nog niet zo heel lang geleden was de keuken het onbetwiste domein van de vrouw. De man kwam er hooguit om een flesopener te pakken. Dit is de laatste jaren in rap tempo veranderd.

Een beetje man houdt kookavonden met zijn vrienden, waar hij met zijn dure messen en raspen pronkt alsof het hightechgadgets zijn. In de voet­balkantine worden de laatste kooktips uitgewisseld, en hij die toegeeft het verschil niet te weten tussen sauteren en braden valt hoongelach ten deel, om vervolgens de komende drie wedstrijden in de dug-out verplicht de Allerhande te lezen.

Onze mannen mogen dan keukenprinsesjes zijn geworden, het zijn wel keukenprin­sesjes met testosteron. Uit hun designovens komen geen cupcakes maar lamsbouten, want de kokende man is vooral een grillende, bakkende en bradende man. De kokende man is ten diepste een slager. Voor deze mannen hebben wij dit boek geschreven. De Worstbijbel bevat alle kennis die je nodig hebt om zelf het toppunt van culinaire vlees­verwerking te maken. Imponeer je voetbalvrienden door een authentieke salami uit je sporttas te toveren. Ingezakte familiefeestjes krijgen weer pit met een dampende bloedworst op de borreltafel. En dankzij die zelfgemaakte Bob de Bouwer-worst op de overblijfbammetjes zal je zoon voor maanden de koning van het schoolplein zijn.

Naast gedegen theorie, praktijkkennis en heel veel recepten, voorziet dit boek, speciaal voor de klusgrage man, in handleidingen voor het maken van een rookoven, worstgun of volautomatische rijpingsruimte. Uiteraard ontbreken lijstjes niet. Welke worst moet je absoluut proeven als je met vakantie bent? En wat betekenen die E-nummers in de supermarktsalami? Ook staan er genoeg weetjes in om het gesprek in de kantine of het café tot vervelens toe over worst te laten gaan. ‘Over bier gesproken, wist je dat bockwurst en bockbier…’ of ‘Daar zeg je wat over het winnen van die wedstrijd, wist je dat de oude Romeinen hun kampioenen met worsten omhingen?’ Geloof ons, zelfs al gaat het over vrouwen of seks, in dit boek staan genoeg voorzetjes om de conversatie om te buigen naar het thema ‘worst’. Maar wees niet bang: je hierdoor rap dalende populariteit maak je ruimschoots goed door anderen gul te laten delen in je worst.

Zet ’m op, tijger.

Meneer Wateetons & Sjoerd Mulder


Meer columns


Lang leve de Franse keuken in Nederland.

Lang leve de Franse keuken in Nederland.

In mijn familie werd altijd heel veel gekookt. Alle familiefeesten bestonden uit grote diners, zodra er iets te vieren viel gingen we de keuken in. Mijn moeder nam me vroeger in Parijs altijd mee boodschappen doen. Ik was een beetje een zwak jongetje toen ik klein was en mijn moeder was altijd in de buurt.

Ik heb leren koken met een plank en een mes, oké, een pan was ook wel handig maar eigenlijk is dat alles wat je in de keuken nodig hebt. Nu lijkt het soms alsof keukens een soort laboratoria zijn waar wetenschappers hun werk doen. Terwijl het voor mij echt een ambacht is waarbij met de handen wordt gewerkt. Al het gereedschap wat nu in veel keukens aanwezig is hebben we echt niet nodig om lekker te kunnen koken. Een keuken vol met technologie vind ik niet fijn werken. Je ziet de laatste tijd ook schoorvoetend dat oude technieken weer meer en meer de overhand krijgen.

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Het lijkt net of ze ruzie hebben, zo verhit en vol passie gaat het eraan toe. Dat komt omdat dé Italiaanse keuken eigenlijk niet bestaat. Italië bestaat als staat pas sinds 1870, daarvoor was het een ratjetoe van landen en kleine staatjes. Maar wat dit bijeengeraapte zootje deelde, was een culinaire traditie. Recepten die van moeder op dochter werden overgedragen. Elke streek, elk dorp en iedere familie heeft zijn eigen tradities, en o wee als je die in twijfel trekt.