Een boek over wild?

Een boek over wild?


Ja, echt: over wild. Het is het meest natuurlijke vlees, eigenlijk het ultieme scharrelvlees. Dit is dan ook hét boek voor mensen die hun eten serieus nemen, graag zelf koken en dan bij voorkeur kiezen voor ingrediënten die biologisch, natuurlijk, puur, lokaal en  seizoensgebonden zijn. En uiteraard voor de jager die het zelf geschoten wild het liefst zo lekker mogelijk op tafel wil krijgen.

Van origine is de mens een jager en verzamelaar. We moesten wel jagen (en vissen) om te overleven. En we moesten dat eten bewaren voor de momenten waarop het even tegenzat, of er domweg niets te eten was. De verzamelaar moest ook leren om te bewaren... We hebben al vroeg geleerd om voedsel op een of andere manier te conserveren en we zijn vuur gaan gebruiken om ons eten te bewerken. Volgens de Britse bioloog Richard Wrangham is de mens pas écht mens geworden toen hij het vuur onder controle kreeg. In zijn boek Catching Fire laat hij zien dat ons eten door het gebruik van hitte beter verteerbaar werd en ziektekiemen minder kans kregen. Ons lichaam kon de eiwitten en vetten beter benutten, waardoor onze hersenen veel sneller zijn gaan groeien. De jager-verzamelaar werd door het koken op vuur minder afhankelijk van de omgeving.
Dat gaf hem de gelegenheid om zich op andere terreinen te ontwikkelen. Kijk naar primaten als mensapen: ze zijn de hele dag aan het eten, omdat hun voedsel rauw is en moeilijk te verteren. De verbranding is niet efficiënt, waardoor ze veel meer moeten eten. Bovendien moeten ze in hun eigen habitat blijven om te overleven. Wild en vuur, oftewel wildbereiding, staat aan de oorsprong van ons mens-zijn. Met andere woorden, doordat we wisten hoe we wild moesten bereiden, zijn we uiteindelijk in staat geweest om op de maan te landen! Om maar een voorbeeld van een grote menselijke prestatie te noemen.


Meer columns


Regula's liefde voor Groot-Brittannië

Regula's liefde voor Groot-Brittannië

Al sinds ik klein ben, heb ik een fascinatie voor Groot-Brittannië. Die ontstond toen ik op vijfjarige leeftijd een kinderliedje hoorde waarin een beeld werd geschetst van een groen eiland met kastelen, prehistorische monumenten, indrukwekkende koninginnen, dappere ridders en mystieke wezens. Alles wat Engels was, maakte me blij. Mijn moeder en ik maakten uitstapjes naar de enige Engelse winkel in België om shortbread te kopen en keken naar historische drama’s en documentaires op de BBC.

 

Voeding? Nee joh: eten!

Voeding? Nee joh: eten!

Met ‘voeding’ zijn we de laatste jaren doodgegooid en suf over geluld. Met alle do’s en don’ts, hypes en trends. Over nieuwe wijn in oude zakken en oude slobbers in frisse verpakkingen… Wel of geen koolhydraten, gluten, antioxidanten, voedingssupplementen. Paleo. Rauw. Vegan. Met als voorlopig sluitstuk een vleesrevolte op angstaanjagend grote barbecues. Minder, minder? Ben je besodemieterd: meer, meer! Een rollercoaster waar ik kotsmisselijk uitstapte en elk gevoel voor richting kwijt was. Het consequent uitvoeren van De Tien Geboden is er niks bij. Met ‘voeding’ als alter ego voor regels en wetten heb ik mijn portie dus wel gehad. Liever heb ik het over eten. KLINKT ‘ETEN’ NIET VELE MALEN GEZELLIGER DAN ‘VOEDING’? Natuurlijk! Daarbij is eten een werkwoord, er gebeurt iets! Die voeding krijgen we er gratis bij.