Een smakelijk en volledig maal

Een smakelijk en volledig maal


Een maaltje geeft de meeste voldoening als het van alles wat heeft. Traditioneel waren dat aardappelen, vlees en groente (een avg’tje wordt zo’n maaltijd ook wel genoemd), maar die kunnen natuurlijk ook vertaald worden naar wat ze leve­ren: koolhydraten, vitaminen, vezels, vetten en eiwitten.

Zij die liever koolhy­draten mijden, nemen wat meer eiwitten om toch verzadigd te raken (maar een koolhydraatloos dieet zou ik iedereen zonder hulp van een voedingsdeskundige liever afraden). Minder technisch bekeken wil je na het eten gewoon voldaan zijn en dat gevoel bereik je het makkelijkst door te zorgen voor verschillende smaken en structuren. Op alleen aardappelpuree zou je best kunnen leven: alles zit erin, maar het wordt wel erg snel saai. Meng er een knisperige groente door, liefst met een uitgesproken smaak, en het is al een stuk interessanter. Geef er een knák, kraak of knappertje bij en het is écht lekker.

Klassieke uiensoep is misschien wel het beste gerecht om het principe te illustreren: de soep zelf met een diepe, lichtzoete smaak, een knapperige crouton met zoute, vette kaas. Soms is het fijn als de smaken elkaar comple­menteren, zoals de aardse smaken van biet en paddenstoel. Soms kan een contrast de smaak juist accentueren, zoals het zuur in yoghurt of citroensap dat de zoetheid van pompoen een ‘randje’ geeft, of lichtbittere pompoenpitjes die ook nog een ‘knak’ toevoegen. Zoals in het gerecht 'Pompoen met pit', zie recepten.


Meer columns


Platspuiten, afdekken of spitten?

Platspuiten, afdekken of spitten?

Het is al een paar dagen droog, een rondje door de tuin moet kunnen zonder meteen kilo’s modderkluiten aan mijn voeten te krijgen. De tuinbonen die ik vorige maand zo prematuur zaaide, tonen nog geen teken van leven. Maar ik wacht nog even af voor ik een tweede keer zaai. Februari is voor de meeste tuin­bonen het officiële zaaimoment, dus er is nog tijd. Naast het kale bonenbed valt het onkruid in de andere bedden extra op. Ik zou kunnen gaan spitten. Daar twijfel ik vaak over en besluit bijna altijd om het niet te doen. Wat wel?

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar

Mosselvissers vissen twee, soms drie keer op hun waar: op mosselzaad, op halfwasmosseltjes en op volgroeide mosselen die in door de vissers afgebakende vakken
op de bodem van de Oosterschelde liggen. Deze percelen pachten de mosselvissers van de overheid. Voorheen visten de mosselvissers het zaad, kleine schelpjes, uit de Waddenzee.