Peulvruchten het nieuwe vlees

Peulvruchten het nieuwe vlees


Ik stelde mezelf een uitdaging: een jaar lang zou ik iedere dag iets met peulvruchten eten. Ik wilde daarbij zo veel mogelijk variatie aanbrengen om te ontdekken hoe veelzijdig peulvruchten zijn. Tegelijk met dit voornemen kwam er kort na elkaar een aantal misstanden rond vlees in het nieuws. Ik ben een bewuste vleeseter. Vlees eten hoeft niet iedere dag en ik kook al jaren elke dag een vegetarisch alternatief voor mijn vegetarisch etende dochter. Als ik vlees eet, wil ik dat dat eerlijk en goed vlees is, afkomstig van dieren die met respect voor dierenwelzijn zijn grootgebracht. Dat kost iets meer en voor sommige mensen is dat een belemmerende factor.

Als we een of meerdere keren per week peulvruchten eten, dan kunnen we het vlees die dag daarmee vervangen of flink minderen. Het eiwit uit peulvruchten is een volwaardig eiwit; met 75 gram gekookte peulvruchten kun je 100 gram vlees vervangen. Op die manier spaar je geld uit voor het iets duurdere diervriendelijk geproduceerde vlees. Peulvruchten zijn naast een bron van eiwit ook nog eens duurzaam en goed voor het milieu: ze voegen stikstof toe aan de bodem en de teelt ervan is minder milieubelastend dan bijvoorbeeld die van rijst of aardappelen. Ook levert het eten van peulvruchten gezondheidsvoordelen op. Ze bevatten vezels, vitaminen, mineralen en langzame koolhydraten die zorgen voor langdurige verzadiging.

Het werd me al snel duidelijk dat er alleen maar winnaars zouden zijn als we met zijn allen meer peulvruchten gaan eten. Niet voor niets is 2016 door de Verenigde Naties uitgeroepen tot Internationaal bonenjaar (International Year of Pulses), waarmee men peulvruchten als primaire bron van eiwit op de kaart wil zetten. En ook het Wereld Kanker Onderzoek Fonds beijvert zich om ons meer peulvruchten te laten eten.


Meer nieuws



Een kleine geschiedenis van een huisgemaakt restaurant

Een kleine geschiedenis van een huisgemaakt restaurant

Er was eens een Amsterdammertje – een kleine Piep – dat graag buiten speelde met bloemetjes, bijtjes, bomen en planten. Binnen stond ze het liefst in de keuken achter pannen heksenbrouwsels of zat ze boekjes in elkaar te knutselen. Groter groeide ze wel, echt veranderen deed ze niet, ze werd kok en wroette nog altijd graag in de aarde.

Koken was nog nooit zo leuk

Koken was nog nooit zo leuk

‘Daar stonden we dan, mijn zus en ik. Met 32 graden in de bloedhitte van Frankrijk op onze blote voeten mayomenaise te stampen. In van die grote, eikenhouten vaten en op de echte, traditionele manier. Heerlijk, dat vrije gevoel van oranje eierendooiers die als warme vla tussen je tenen door glibberen. Nog steeds krijg ik complimenten over mijn gladde voetjes. Zodra de lente zijn eerste zonnestralen laat zien, trek ik glunderend mijn sandalen aan. Dit is waar mijn liefde voor echt en authentiek eten is begonnen.