Voeding? Nee joh: eten!

Voeding? Nee joh: eten!


Met ‘voeding’ zijn we de laatste jaren doodgegooid en suf over geluld. Met alle do’s en don’ts, hypes en trends. Over nieuwe wijn in oude zakken en oude slobbers in frisse verpakkingen… Wel of geen koolhydraten, gluten, antioxidanten, voedingssupplementen. Paleo. Rauw. Vegan. Met als voorlopig sluitstuk een vleesrevolte op angstaanjagend grote barbecues. Minder, minder? Ben je besodemieterd: meer, meer! Een rollercoaster waar ik kotsmisselijk uitstapte en elk gevoel voor richting kwijt was. Het consequent uitvoeren van De Tien Geboden is er niks bij. Met ‘voeding’ als alter ego voor regels en wetten heb ik mijn portie dus wel gehad. Liever heb ik het over eten. KLINKT ‘ETEN’ NIET VELE MALEN GEZELLIGER DAN ‘VOEDING’? Natuurlijk! Daarbij is eten een werkwoord, er gebeurt iets! Die voeding krijgen we er gratis bij.

 

In mijn leven is eten een serieus thema. Als werkwoord en als zelfstandig naamwoord. Eten omdat het een dagelijks terugkerend fenomeen is, omdat al wat erbij komt kijken ons allemaal aangaat. Omdat eten lekker en gezellig is. Omdat het uitnodigt tot het voeren van fijne gesprekken, het vertellen van moppen, het delen van recepten, restaurants, geheimen… En dat allemaal op een zo prettig mogelijke manier. Van de wieg tot het graf. Niet alleen mijn eigen route maar ook die op de hele keten van zaaien, oogsten en geboren worden, van productie en boodschappen doen tot en met het bereiden en het consumeren ervan. Zodra je je van die hele keten bewust bent, is eten zo veel meer dan ‘het spul dat op je bord ligt’.

 

‘Toon mij uw boekenkast en ik zeg u wie u bent’, heb ik ook toegepast op de aanblik van mijn bureau en de staat waarin mijn auto verkeert en volgens mijn wederhelft is het een waterdichte methode: ik ben een chaoot, een sloddervos en een viespeuk. Als ik denk aan de lege koffiekopjes, rondslingerende klokhuizen en een tiental andere zaken die niet per se noodzakelijk zijn om een mail te sturen of met een auto van A naar B te komen, kan ik maar één conclusie trekken: hij heeft gelijk.

 

BEN JE WAT JE EET? In dat geval ben ik de ene dag een prei, de volgende een varken en een week later een krentenbol. Een alleseter maar dankzij signalen uit de richting van dierenwelzijn, milieu en gezondheid steeds vaker een prei. Gelukkig ben ik van huis uit een groenteliefhebber en klaagt er vanaf het moment dat mijn zoon het huis uitging, niemand meer over die vermeende disbalans.

 

Dus.....

  • Wees je ervan bewust dat je voortdurend wordt verleid. Wat voor voetbal geldt, gaat ook hier op: je ziet het pas als je het doorhebt. En pas als je het doorhebt, weet je wat je te doen staat.
  • Baal je van ‘poeh, ik zit tegenwoordig zo snel vol’? Investeer in kwaliteit en niet in kwantiteit. Je bent onder de streep net zo duur uit maar dan heb je wel smakelijker en gezonder gegeten.
  • Houd voor ogen dat je in principe álles kunt eten zolang het NietTeVeelVanAlles is. Met uitzondering van groente.
  • Want nooit meer een gevulde koek eten is geen optie. Gelukkig zijn er minivarianten. De reguliere afmeting van een gevulde koek is niet eens voor ons bedoeld maar voor boswachters, boeren en bouwvakkers.
  • Bepaal nauwkeurig hoeveel en wat je nodig hebt vóór het boodschappen doen en wees niet bang voor ‘te weinig’. Zeker wanneer je je in de fase bevindt dat je vaker met z’n tweeën aan tafel zit in plaats van met vijf man sterk. Steek kaarsen aan.
  • Maak dus een boodschappenlijstje én houd je eraan.
  • Met minder boodschappen in huis belandt er uiteindelijk minder op je bord.
  • Gebruik een kleiner bord, dan lijkt het vol. Dat werkt echt!
  • We hebben altijd haast, dus het is vaak van hap-slik-weg. Haasten doe je maar op een ander moment. Met eten voorzie je je lichaam van energie, doe dat zorgvuldig. Ga zitten, proef, weet wat je eet en kauw goed. Hapje voor hapje. Het is lekkerder, beter voor de spijsvertering, je krijgt sneller een ‘ik heb genoeg gehad’-signaal en je hebt meer eer van je werk in de keuken. Gewoon doen, straks weet je niet beter meer.
  • Maak er een vaste gewoonte van om nooit een tweede portie te nemen. Je beloning is dat je de rest van de avond niet als een plofkip op de bank zit, er nog ruimte is voor een stukje chocolade plus dat je ook nog eens beter slaapt. Houd dit principe in principe ook in ere voor de plak ontbijtkoek met boter bij de koffie (moeilijk) en de bitterbal bij de borrel (niet te doen). Wat míj helpt, is de ‘wet van het afnemend grensnut’ in herinnering te roepen. Een economische theorie die er in het kort op neerkomt dat de tweede bitterbal nóóit zo lekker smaakt als de eerste. Zeg ík als bitterballenstalker. Daarom glipt die tweede er ondanks de theorie altijd in. Maar de derde niet.
  • Gebruik alcohol alleen in het weekend en ook dan met mate. Ik ben ook geen fan van dit principe, dus het lukt (nog) niet altijd, maar wel beter dan voorheen.
  • Bedenk dat het maken van eten een heel persoonlijke en creatieve manier is om jezelf en je dierbaren van dienst te zijn.
  • Bekijk je vuist nog eens goed. Tot zover de theorie. Geen speld tussen te krijgen. Ik zeg niet dat het altijd even makkelijk is. De praktijk is in de regel wat hardnekkiger om vol te houden dan de theorie, zie De Tien Geboden, maar het zijn stuk voor stuk heel normale handvatten zonder gedoe waar je portemonnee geen last van heeft, integendeel, en waar jij zelf wel bij vaart. De rest van je hele leven lang. (Voor degenen die het niet kunnen laten, er is een nieuw, héél spannend inzicht: het aller-allerbeste om superfit honderd jaar te worden is om altijd iets te wéínig te eten. Daar schijnen je organen en je metabolisme pas echt gelukkig van te worden. Ook al is het zo, laat ze het in de Hoorn van Afrika niet horen.)

Meer columns


Regula's liefde voor Groot-Brittannië

Regula's liefde voor Groot-Brittannië

Al sinds ik klein ben, heb ik een fascinatie voor Groot-Brittannië. Die ontstond toen ik op vijfjarige leeftijd een kinderliedje hoorde waarin een beeld werd geschetst van een groen eiland met kastelen, prehistorische monumenten, indrukwekkende koninginnen, dappere ridders en mystieke wezens. Alles wat Engels was, maakte me blij. Mijn moeder en ik maakten uitstapjes naar de enige Engelse winkel in België om shortbread te kopen en keken naar historische drama’s en documentaires op de BBC.

 

Een kookboek 'Zonder fratsen'

Een kookboek 'Zonder fratsen'

Toen ik het vierde, of misschien was ’t inmiddels wel het vijfde, mailtje in mijn inbox vond, was ik toch maar eens op de uitnodiging ‘om een kop koffie te drinken’ ingegaan. Baat het niet…