Geschiedenis van de boon

Geschiedenis van de boon


Peulvruchten kennen een lange geschiedenis. Al lang voor onze jaartelling, in 8000 v.Chr., werden in het Midden-Oosten kikkererwten en linzen verbouwd. Ken Albala beweert zelfs in zijn boek Beans. A History dat zonder linzen, die onder de meest barre omstandigheden groeien, de loop van de menselijke geschiedenis er heel anders uit had gezien.

Rond 6000 v.Chr. werden er op de hoogvlakten van Peru al limabonen en een voorloper van de snijboon verbouwd. Enkele millennia later begonnen de Chinezen met de teelt van sojabonen. De Romeinen verbouwden bonen als voedsel, veevoer en om de bodem mee te verrijken. Hiervoor ploegden zij het gewas terug in de grond. Bonen speelden bij de Romeinen en ook bij de Grieken nog een andere, bijzondere rol. Ze werden gebruikt bij het stemmen tijdens bestuursvergaderingen: een zwarte boon betekende nee, een witte ja. Als we het over bonen hebben, dan bedoelen we daarmee de verschillende soorten peulvruchten uit alle werelddelen. Alle bonenplanten behoren tot de familie van de vlinderbloemigen: de Fabaceae. Het gemeenschappelijke kenmerk van deze planten is dat ze stikstof uit de lucht kunnen halen en dit kunnen vastzetten op hun wortels. Oorspronkelijk had de term ‘boon’ alleen betrekking op de tuinboon. De tuinboon was tot de tijd van de grote ontdekkingsreizen, waarbij de Nieuwe Wereld werd ontdekt, de enige in Europa bekende boon. Tuinbonen (Vicia faba) werden voor het eerst geteeld in 7000 v.Chr. in het Midden-Oosten en verspreidden zich vandaar naar het Middellandse Zeegebied, de Nijlvallei en het noorden van Europa. Via de zijderoutes bereikte de tuinboon China. Door de ontdekkingsreizen werd de ‘gewone’ boon, de Phaseolus vulgaris, in Europa geïntroduceerd en de tuinboon in Amerika. In de Oude Wereld werden de soorten uit de Nieuwe Wereld al snel populair. Het grote voordeel van bonen als gewas was dat ze gedroogd konden worden en zodoende het hele jaar door konden worden gebruikt. Behalve dat bonen het hoofdbestanddeel vormden van soepen en stoofpotten, gingen er ook bonen in het middeleeuwse brood. Bonen werden vermengd met graansoorten als rogge en haver. In Engeland bleef het gebruik van bonen in het brood nog lang in gebruik. Bakkers gebruikten het goedkopere bonenmeel om het duurdere graan mee aan te vullen. Pas in 1872 werd de toevoeging van vervalsingsmiddelen in voedsel bij wet verboden en verdween de boon uit het dagelijks brood.


Meer columns


Lang leve de Franse keuken in Nederland.

Lang leve de Franse keuken in Nederland.

In mijn familie werd altijd heel veel gekookt. Alle familiefeesten bestonden uit grote diners, zodra er iets te vieren viel gingen we de keuken in. Mijn moeder nam me vroeger in Parijs altijd mee boodschappen doen. Ik was een beetje een zwak jongetje toen ik klein was en mijn moeder was altijd in de buurt.

Ik heb leren koken met een plank en een mes, oké, een pan was ook wel handig maar eigenlijk is dat alles wat je in de keuken nodig hebt. Nu lijkt het soms alsof keukens een soort laboratoria zijn waar wetenschappers hun werk doen. Terwijl het voor mij echt een ambacht is waarbij met de handen wordt gewerkt. Al het gereedschap wat nu in veel keukens aanwezig is hebben we echt niet nodig om lekker te kunnen koken. Een keuken vol met technologie vind ik niet fijn werken. Je ziet de laatste tijd ook schoorvoetend dat oude technieken weer meer en meer de overhand krijgen.

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Het lijkt net of ze ruzie hebben, zo verhit en vol passie gaat het eraan toe. Dat komt omdat dé Italiaanse keuken eigenlijk niet bestaat. Italië bestaat als staat pas sinds 1870, daarvoor was het een ratjetoe van landen en kleine staatjes. Maar wat dit bijeengeraapte zootje deelde, was een culinaire traditie. Recepten die van moeder op dochter werden overgedragen. Elke streek, elk dorp en iedere familie heeft zijn eigen tradities, en o wee als je die in twijfel trekt.