Sardijnse pasta met venkelworst en saffraan

Sardijnse pasta met venkelworst en saffraan

Malloreddus is een typische Sardijnse pasta, ook wel gnocchetti sardi genoemd. Het deeg wordt zonder eieren gemaakt. Je kunt ze kant-en-klaar kopen maar het is lekkerder om ze zelf te maken. Voor de saus gebruik je verse venkelworst die je uit het vel haalt.

Benodigdheden


  • standmixer
  • plasticfolie
  • theedoek

Ingrediënten


Voor de pasta:

  • 400 g semolino
  • 5 g zout
  • 200 ml lauwwarm water
     

Voor de saus:

  • een plukje saffraan, fijngewreven in een vijzel
  • 100 ml witte wijn
  • 60 ml extra vergine olijfolie
  • 1 ui, fijngesneden
  • 200 g verse venkelworst, ontveld en in stukjes (of een andere verse varkensworst met 0,5 tl venkelzaad fijngemalen in een koffiemolen)
  • 1 blik gepelde tomaten, fijngeknepen
  • 1 laurierblad
  • 100 g jonge Pecorino Romano, grof geraspt
  • zout en peper

Bereidingswijze


  1. Los de fijngewreven saffraan op in de witte wijn en zet apart.
  2. Maak eerst de pasta. Doe de semolino met het zout in de kom van een standmixer met deeghaak. Zet de machine aan en giet terwijl de machine draait langzaam het water erbij. Laat 5 minuten draaien. Het moet een soepel, elastisch deeg zijn, maar ook nog enigszins kleverig. Dek de kom af met plasticfolie en laat minstens 30 minuten rusten.
  3. Maak intussen de saus. Doe de olijfolie en ui in een wijde sauteerpan. Fruit 5 minuten op laag vuur of tot de uien glazig zijn. Doe de varkensworst erbij, zet het vuur hoog en bak, terwijl je met een houten lepel destukjes worst stukmaakt.
  4. Als al het worstenvlees mooi bruin is doe je de witte wijn en saffraan erbij. Laat de alcohol verdampen. Voeg de gepelde tomaten samen met het laurierblad en wat peper toe. Breng aan de kook, doe een deksel op de pan en laat 20 minuten sudderen.
  5. Maak nu de malloreddus. Bestuif het werkoppervlak met semolino. Haal het deeg uit de kom en kneed het nog een minuutje. Verdeel het in zes stukken. Rol het deeg met je handen uit tot een lange dunne cilinder van 0,5 centimeter doorsnee. Snijd elke cilinder in stukjes van 2 centimeter. Rol elk stukje over een vork, waarbij je met je duim druk uitoefent zodat het eerst afgeplat wordt en dan opgerold. De vork zorgt voor de kenmerkende ribbeltjes. In Sardegna maken ze de malloreddus met een speciale mand of een geribbeld houten plankje. Leg ze op een theedoek tot de saus klaar is.
  6. Zet een ruime pan met water en zout op. Doe de malloreddus erin wanneer het kookt. Kook 5 à 8 minuten of tot ze al dente zijn. Giet af, maar bewaar wat van het kookwater.
  7. Doe bij de saus met 60 gram van de Pecorino Romano. Roer goed. Doe er als de pasta te droog is wat kookwater bij.
  8. Dien op in warme borden, met de rest van de Pecorino Romano erover gestrooid.