Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon


Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait. 

De titel ‘Meester Boulanger’ of ‘Meester Patissier’ is de kroon op het ambacht van de bakker. In 2014 besloot ik de uitdaging aan te gaan en gaf ik me op voor het meesterexamen voor bakkers, dat toen voor het eerst in Nederland plaatsvond.
Om kans te maken op de titel Meester Boulanger moet een bakker een portfolio van zijn broodbakervaring aanleggen en laten zien dat hij bijzondere broden kan ontwikkelen. Gelukkig wist ik de jury te overtuigen van mijn passie voor en kennis van het broodbakken en mocht ik mij – samen met drie andere bakkers – Meester Boulanger noemen.
Misschien denk je: als je al brood bakt voor je werk, dan heb je daar in je vrije tijd toch helemaal geen zin meer in? Het tegenovergestelde is waar. Het allerliefst sta ik met mijn handen in het deeg. Ik doe dat zo graag, dat ik op Europees en wereldniveau meedoe aan kampioenschappen bakken. Zo train ik met het BoulangerieTeam voor kampioenschappen. Hans Som is onze ‘trainer’. Mede dankzij zijn coaching wisten Daan Hesseling, Francois Brandt en ik in 2009 de derde plek te veroveren op het EK broodbakken. En in 2010 mochten Stefan van Lieshout en ik onszelf wereldkampioen pizzabakken noemen!Dit boek is voor mij een mooie kans om de (toekomstige)  roodliefhebbers van Nederland kennis te laten maken met hoe bijzonder het bakken van brood is. Het is een soort tovenarij: je voegt ingrediënten bij elkaar, mengt, kneedt en bakt tot je een mooi én lekker resultaat krijgt. Ik heb broden van over de hele wereld voor je uitgezocht, zodat je zelf de heerlijkste broden kunt gaan maken. Broodbakken is een kunst, maar je zult al snel merken dat het bakken je steeds beter af gaat. Ik moet je wel waarschuwen: het kan verslavend zijn…

Ik wens je veel bakplezier toe en hoop dat je de magie zelf gaat ontdekken!
 


Meer columns


Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Heb je Italianen weleens over eten horen praten?

Het lijkt net of ze ruzie hebben, zo verhit en vol passie gaat het eraan toe. Dat komt omdat dé Italiaanse keuken eigenlijk niet bestaat. Italië bestaat als staat pas sinds 1870, daarvoor was het een ratjetoe van landen en kleine staatjes. Maar wat dit bijeengeraapte zootje deelde, was een culinaire traditie. Recepten die van moeder op dochter werden overgedragen. Elke streek, elk dorp en iedere familie heeft zijn eigen tradities, en o wee als je die in twijfel trekt.

Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Welke keuken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?

Dat vroeg mijn kookgrage moeder mij vroeger weleens. ‘De Italiaanse’, antwoordde ik steevast. Als kind leek mij deze keuken met pizza, pasta en goddelijke gelato eentje die nooit zou gaan vervelen. Nu, enkele decennia later, zou ik dit antwoord niet meer zo geven. Ik kook de hele wereld over. Soms heb ik zin in paella, soms in pittige saté’s, soms in stevige Marokkaanse troostsoep. Hoewel ik nog steeds dol ben op Italiaans eten, is er zoveel meer bij gekomen. Het zijn gerechten en smaken die ik voor geen goud zou willen missen.