Regula's liefde voor Groot-Brittannië

Regula's liefde voor Groot-Brittannië


Al sinds ik klein ben, heb ik een fascinatie voor Groot-Brittannië. Die ontstond toen ik op vijfjarige leeftijd een kinderliedje hoorde waarin een beeld werd geschetst van een groen eiland met kastelen, prehistorische monumenten, indrukwekkende koninginnen, dappere ridders en mystieke wezens. Alles wat Engels was, maakte me blij. Mijn moeder en ik maakten uitstapjes naar de enige Engelse winkel in België om shortbread te kopen en keken naar historische drama’s en documentaires op de BBC.

 

Toen ik negen werd, gaven mijn ouders eindelijk toe aan mijn wens om naar Engeland te gaan. We begonnen al onze familievakanties daar door te brengen. Het hele jaar keek ik ernaar uit. Toen de witte rotsen van Dover aan de horizon verschenen, wist ik dat ik bijna ‘thuis’ was.

 

De voorpret begon als mijn moeder thuiskwam met reisgidsen. ’s Avonds stonden mijn ouders voorovergebogen over de wegenkaart op de ronde eettafel in onze kleine flat – te discussiëren over de te nemen routes en de dingen die we moesten zien. We gebruikten een wegenkaartenboek van de aa en markeerden onze reis met neonmarker. Als we daarmee klaar waren, nam ik het boek mee naar mijn kamer, streek ik met mijn vinger over de gemarkeerde weg op de kaart en droomde over kastelen, steencirkels, dramatische kustlijnen en woeste natuur. Ik las boeken over de Britse geschiedenis, leerde Engels door Jane Austen te lezen en miste geen enkele aflevering van EastEnders op de BBC.

 

Op onze reizen door Engeland, Schotland en Wales was ik constant op zoek naar lokaal gebak en lokale bakkerijen. Ik drukte bij iedere bakker mijn neus tegen het raam om te kunnen zien welke buns en koeken hij in de aanbieding had en ik verbaasde me over het feit dat Britse bakkerijtjes zo klein zijn dat ze meestal slechts één raam in een gewoon dorpshuis telden. Elke middag at ik soep omdat ik wist dat daar een roll bij zat. Deze werd warm omwikkeld in een wit servet en geserveerd met ingepakte botertjes die zacht werden door de warmte van het brood. Wist je dat de Britten meer dan zeven lokale benamingen hebben voor dit generieke broodje? Ik wilde ze proeven in al hun vormen. Het was een tijd waarin elke tearoom, pub en elk café zelfgebakken brood of brood van de plaatselijke bakker serveerde. Het waren de glorieuze jaren ʼ90, waarin de gastropub floreerde en je goed en lokaal kon eten in bijna elke pub die je passeerde. Ik ervoer de renaissance van Brits eten en zag hoe trots mensen waren op hun lokale producten. Het was een prachtig gezicht. Iets wat ik niet zag in België, waar trots op herkomst en erfgoed in alles ontbrak. De Britten hadden ook humor. Naast een biefstuk van een zeldzaam ras en aardappelen van het eiland Jersey, of een geparfumeerde chicken curry, stond er ook pizza met friet op het menu. Ik weet dat dat laatste misschien raar klinkt, maar zelfs de Italianen serveren het en ik vond het heerlijk als kind. Net als friet met een topje cheddarkaas, een chipbutty en een bacon of fish finger bap. Er moet een plaats zijn voor dit soort gerechten. Het moet zeker niet elke week of maand op het menu staan, maar soms heb je deze eenvoudige gerechten gewoon nodig.

 

Ik heb nooit veel cake gegeten tijdens onze reizen omdat we in onze familie niet veel zoete dingen aten. Een traditionele Afternoon tea maakte ik pas in mijn late tienerjaren mee, toen ik naar Glastonbury reisde. Ik herinner me mijn eerste muffin nog levendig. Compact en sappig, bevlekt met bosbessen en bijna zo groot als mijn hoofd. Ik kocht de muffin op een mistige zomerdag in een kleine bakkerij vlak bij de haven van het Schotse Ullapool. Ik heb er twee dagen over gedaan om de megamuffin te verorberen. Na elke hap stak ik hem weer netjes terug in de bruine papieren zak waarin de bakker hem had gewikkeld. Ik genoot van elke hap, plukte de bessen eruit en vond het vochtige blauwe vlekje dat ze achterlieten geweldig.

 

Het was het meest glorieuze ding ooit. Dit was het moment dat ik me realiseerde dat ik van cake hield en toen ik thuiskwam, begon ik te bakken.

 

Regula Ysewijn, 29 maart 2019

 


Meer columns


Over vlees

Over vlees

Je maaltijd begint al lang voor de eerste hap. Soms al jaren eerder. Voor alle ingrediënten, waar onder vlees, gelden altijd vier belangrijke parameters: plaats, ras, productie en rijping.

 

Over charcuterie...

Over charcuterie...

Charcuterie is het Franse woord voor vleeswaren. Nu hadden we dit boek Over Vleeswaren kunnen noemen, het allitereert zelfs best lekker, maar charcuterie omvat meer dan achterham en katenspek. Charcuterie is wat je aantreft als je op vakantie een Franse, Duitse of Italiaanse slager binnenstapt: sierlijke pâtés de campagne, rijpe pancetta’s, lomo’s met een mooie schimmelbedekking, smoky chorizo’s, krijtwitte lardo die smelt op je tong en klassieke terrines met een mooie aspiclaag. Met Over Charcuterie in de hand maak je zowel die achterham als katenspek, maar ook deze internationale charcuterie voortaan zelf.