Julius Jaspers over de BBQbijbel

Julius Jaspers over de BBQbijbel


Mijn tiende boek, je kunt het een mijlpaal noemen, zelf noem ik het een logisch gevolg van mijn zoektocht naar lekker eten. Deze keer stap ik af van het ‘in 5 minuten afmaken’, maar een goede voorbereiding blijft natuurlijk een must. Het afmaken kan best weleens wat langer duren, maar who cares? Laat je gasten maar even wachten, het gaat erom dat je eten perfect klaargemaakt op tafel komt, en het vuur kan af en toe grillig zijn. Laat je dus niet opjutten, neem de tijd, het is het eindresultaat dat telt. (Alhoewel een beetje plannen natuurlijk nooit kwaad kan.)

Ik ga in dit boek uit van een BBQ met een deksel, dat kan een kamado zijn (meestal een keramische BBQ met een dikke wand zoals de Big Green Egg), of een ketel-BBQ. Ik geef aan als je een recept echt niet kunt maken zonder deksel (bij de cake bijvoorbeeld) of bij welk gerecht je kunt improviseren. In de receptuur worden iconen gebruikt van materialen (hardware) die je nodig hebt om het gerecht te bereiden. De meest essentiële hardware als een snijplank en een keukenmes laat ik hierbij buiten beschouwing. Nieuw in dit boek is het gebruik van de allergenen-iconen, om de recepten nog toegankelijker te maken voor de lezer die niet alles mag eten.

Om te beginnen ga ik vrij diep in op de aanwijzingen hoe je bijvoorbeeld vis moet fileren en vlees ontbenen en opbinden, omdat een goede voorbereiding zogezegd het halve werk is. En het is gewoonweg ook leuk! Na de how-to’s start ik met een hoofdstuk over groente op de BBQ – hoe lekker – waarna vis, gevogelte, rund, varken (mijn favoriet) en lam volgen. Daarna speciale aandacht voor burgers en spiesjes, en een hoofdstuk waar ik denk ik veel vrienden mee maak door haarfijn uit te leggen hoe het er bij de KCBS aan toe gaat! Ver vol gens geef ik je nog flink wat recepten voor bijgerechten en condimenten (sauzen, rubs en andere smaakmakers) en ik sluit natuurlijk af met zoet, want dat gaat ook top op de BBQ.

Ongelooflijk veel plezier aan het vuur!


Meer columns


Wat een salade

Wat een salade

Een saladebijbel, maar waarom? Alles is immers een salade (tenzij het een soep is). Júist daarom. In het Nederlands denk je misschien meteen aan een koude bereiding, maar ik ken zelfs een versie van andijviestamppot die salade au lards heet. Fransen nemen het woord sowieso heel ruim: als ze zeggen ‘het werd nog een hele salade’, kan het betekenen dat er tumult was, of zelfs een vechtpartij. Roepen ze uit ‘Quelle salade!’, dan bedoelen ze: ‘Wat een zooitje!’ En dat kan dan ook zomaar een feestelijk zooitje zijn. Alle mengsels kun je dus eigenlijk salade noemen. En precies daarom is het heel leuk om er een boek over te maken.

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon

Een geboren en getogen bakkerszoon, dat ben ik. Niet gek dus dat ik al heel jong besloot dat ik bakker wilde worden. Mijn vader was banketbakker en heeft mij de kneepjes van het vak geleerd. Toch besloot ik een iets ander pad in te slaan dan mijn vader: ik had ontdekt dat ik brood bakken fantastisch vond. Na de middelbare school begon ik dan ook gelijk met een bakkersopleiding. Daarna werd ik niet meteen bakker op de manier die je zou verwachten. Ik ging namelijk aan de slag bij een bedrijf dat ingrediënten leverde voor brood. Denk hierbij bijvoorbeeld aan amandelspijs of aroma’s. Ik ontwikkelde deze producten en mocht bij bakkers door heel Nederland en België op bezoek om te demonstreren hoe ze het best met deze ingrediënten aan de slag konden. Bij mijn volgende werkgever kwam mijn focus meer te liggen op biologische ingrediënten, en tegenwoordig ben ik naast ontwikkelaar ook adviseur. Het leukste hieraan vind ik dat ik mag samenwerken met andere bakkers, en natuurlijk dat het allemaal om dat magische brood draait.